11 juli-toespraak
Toespraak op 11 juli ter gelegenheid van het feest van de Vlaamse gemeenschap.
Geachte dames en heren,
Geachte burgemeester en collega-schepenen,
Het is mijn beurt om u allen een prettige Vlaamse feestdag toe te wensen.
Ik ben blij dat er vanavond, net zoals vorig jaar, opnieuw grote belangstelling is voor de gemeentelijke 11 juli-viering.
De gemeentelijke 11 juli-viering is ondertussen een drieluik geworden en ook de twee andere luiken waren geslaagd. De tweede editie van de Vlaamse zomerfilm die door de jeugdraad in open lucht wordt georganiseerd was een succes, en dat ondanks het verschrikkelijke kwakkelweer dat ons te beurt valt. Ook de academische zitting van afgelopen zondag was een succes. Ik kom er verder in mijn toespraak op terug.
Voor vanavond zijn de laatste kaarten al meer dan een week geleden de deur uitgegaan. Na de grote belangstelling vorig jaar voor Bert Kruismans slaagt de gemeentelijke 11 juli-viering er dus opnieuw in om heel wat mensen complexloos samen te brengen voor een mooie en ontspannende avond waarbij we na de voorstelling van cabarettrio Intgeniep nog bijgebabbeld en gedronken kan worden in goed gezelschap.
Zo moet een feestdag zijn.
Maar eerst zoals de voorgaande jaren heb ik nog het voorrecht om enkele gedachten met u te delen naar aanleiding van het feest van de Vlaamse Gemeenschap.
Nu het laatste jaar van deze bestuursperiode is aangebroken was het voor mij - bij de voorbereiding van mijn toespraak - een moment om terug te blikken op de 11 juli-vieringen van de voorbije jaren.
De toespraken die ik de vorige jaren heb gehouden droegen heel diverse boodschappen in zich. In verschillende toespraken had ik het over het federaal niveau dat op vele vlakken faalt door tegenstellingen, non-beleid en scheeftrekkingen. Zo stelde Vlaams minister-president Peeters nog deze week in Knack verbaasd te zijn dat het federale koninkrijk ondanks de zware politieke overhead toch overeind blijft. Hij noemde dat een Belgisch wonder, mogelijk gemaakt door Vlaanderen dat met 60 procent van de bevolking 70 procent van het bruto binnenlands product aflevert en 80 procent van de Belgische uitvoer voor zijn rekening neemt. Maar, waarschuwt de minister-president, dit is niet lang meer vol te houden.
Ik had het in mijn toespraken over het belang van een staatshervorming - waarbij de Vlaamse overheid de belangen van haar inwoners beter zou kunnen dienen niet alleen op economisch maar ook op sociaal vlak en ook op lange termijn - want dat is het totaalplaatje waar het over gaat.
Als we zien wat Vlaanderen - ondanks een inefficiënt kader - toch al heeft kunnen bereiken dan mogen we daar trots op zijn en geeft dat zelfvertrouwen voor de mogelijkheden die er zijn naar de toekomst toe. Vlaanderen deed en doet het nog steeds op heel wat vlakken goed.
Maar zoals ik in 2008 ook al zei stelde Gaston Geens geheel terecht: ‘We zullen moeten bewijzen dat wij, wat we zelf doen, beter doen’. Ik had het toen over de vele uitdagingen waar wij in Vlaanderen ook nog mee te kampen hebben zoals de wachtlijsten voor personen met een handicap, de zeer hoge zelfmoordcijfers, enzovoort.
Maar ik had het de voorbije jaren niet enkel over het belang en de noodzaak van meer en beter Vlaams beleid, ik had het ook meermaals over heel andere dingen, zoals het belang dat we er als gemeenschap, als mensen voor elkaar zijn, dat we niet alleen mogen kijken naar de overheid, maar ook naar wat wij zelf kunnen betekenen voor de gemeenschap, voor elkaar.
Ik had het ook over het belang om belangrijke waarden zoals gemeenschapszin en sociaal engagement van generatie op generatie over te dragen om zo een warm Vlaanderen te behouden.
Dat vind ik ook belangrijke dingen om mee te geven. Het is iets waar we als gemeenschap blijvend aandacht voor moeten hebben.
Afgelopen zondag was er de academische zitting waar Rachida Lamrabet te gast was, een jonge dame met Marrokaanse roots, een gelauwerd schrijfster van enkele goede Nederlandstalige boeken met een eigen invalshoek. Zij hield een lezing over identiteit, migratie, samenleven en integratie. Na de lezing ontspon zich een geanimeerde discussie met het publiek. Onze gastspreekster was dan ook zeker niet de typische spreker op een 11 juli-bijeenkomst, eerder het tegengestelde.
We hebben de afgelopen jaren een grote verscheidenheid van sprekers gehad over filosoof Ludo Abicht naar een typische Vlaamse voorvechter als Prof. Em. Frans-Jos Verdoodt tot de Waalse regionalist José Fontaine vorig jaar en nu Rachida Lamrabet.
We leven vandaag is een samenleving met zeer uiteenlopende ideeën en meningen en ik vind het persoonlijk van groot belang dat wij de dialoog met elkaar aangaan, dat we ideeën uitwisselen. Dat betekent in eerste plaats dat je luistert naar elkaar, dat je je open stelt voor elkaars ideeën.
Elk jaar op 11 juli een spreker uitnodigen waarbij alle aanwezigen zich volledig kunnen vinden in wat de spreker brengt, dat is natuurlijk aangenaam en geruststellend maar biedt weinig meerwaarde. Door ook eens sprekers met een andere invalshoek uit te nodigen kan je ondanks de verschillen die er zijn, ideeën en bekommernissen ontdekken die gedeeld worden en die een bindmiddel zijn, zonder daarbij de eigen waarden en identiteit overboord te gooien.
Zonder dialoog groeien we als buren, als dorps-, natie- en wereldgemeenschap uit elkaar zonder ook bindmiddelen te vinden en zo verliest de samenleving veel van haar kracht.
Diezelfde dialoog zullen ook de Vlaamse en de franstalige gemeenschap met elkaar moeten aangaan en daarbij niet alleen oog hebben waarin we verschillen, maar ook waarin we gelijklopende ideeën en belangen hebben. De redenering omkeren kan de focus verleggen van waarin we verschillen, naar wat ons bindt naar wat we samen kunnen en willen doen.
Dat geldt niet alleen voor de taalgemeenschappen en politici, dat geldt ook voor ons als gewone burgers in onze dagdagelijkse contacten.
Mag ik dan als afsluiting iedereen uitnodigen om die dialoog aan te gaan. Het zal onze samenleving ongetwijfeld weer een stuk warmer en rijker maken.
Ik wens u nog een aangename avond toe en geniet nu van intgeniep.
|